Ondernemer en DGA



DGA en pensioen
Zelfstandig ondernemer en pensioen
Pensioensystemen
Pensioenwet
Belastingclaimverzekering
Zelfstandig ondernemer en stakingswinst
Compagnonsverzekering
Arbeidsongeschiktheid


DGA en pensioen

De Directeur-Grootaandeelhouder (DGA) neemt een bijzondere plaats in wat betreft het opbouwen van pensioen. Hij/zij wordt niet gezien als gewone werknemer en is ook geen zelfstandig ondernemer. Tot 01-01-2007 kon de DGA meedoen met de pensioenregeling die geldt voor de werknemers van het bedrijf. Door de invoering van de Pensioenwet is dat niet meer mogelijk.

De DGA heeft de volgende mogelijkheden om pensioen op te bouwen:

  • door middel van het oprichten van een pensioenlichaam
  • door het voeren van eigen beheer
  • door verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij


Oprichten van een eigen pensioenlichaam
De DGA bouwt zijn pensioen op in een speciaal daarvoor bedoelde pensioen-BV of -stichting. Deze BV of stichting fungeert dan als het ware als een soort prive verzekeringsmaatschappij. Hierbij moeten de richtlijnen gevolgd worden die gesteld zijn door het ministerie van Financiën. Sinds 1992 is bepaald dat zowel de jaarwinst als de sterftewinst in geval van overlijden belast is voor de vennootschap. Dankzij deze wijziging is de opbouw van pensioen in een eigen pensioenlichaam fiscaal gezien onaantrekkelijker geworden.

Pensioen opbouwen in eigen beheer
De DGA die ten minste 10% van het geplaatste aandelenkapitaal van de onderneming bezit waar hij in dienst is,  kan pensioen opbouwen door jaarlijks een bedrag te reserveren op de balans van de onderneming. Op de pensioendatum is de onderneming verplicht om voor de uitkering van het pensioen zorg te dragen.

Deze vorm biedt een fiscaal voordeel, aangezien de pensioenreservering ten laste van de winst mag worden gebracht. Daarnaast kan de pensioenreservering als werkkapitaal gebruikt worden, wat de liquiditeit van de onderneming ten goede komt. Het gaat tenslotte om een pensioenreservering: het bedrag hoeft niet werkelijk aanwezig te zijn. Er is echter een aantal risico's verbonden aan het opbouwen van pensioen in eigen beheer:

  • tegenvallende resultaten:
    Op het moment dat de bedrijfsresultaten tegenvallen, loopt u het risico dat er na pensionering niet voldoende vermogen aanwezig is om uw pensioen uit te betalen;
  • faillissement:
    Bij faillissement kunt u zelfs uw volledige pensioen kwijt zijn;
  • overdracht buiten het  invloedsgebied:
    Bij verkoop van het bedrijf of overdracht na pensionering, loopt u het risico dat de nieuwe directie/eigenaar niet aan de pensioenverplichting zal blijven voldoen;
  • langlevenrisico:
    Dit is het risico dat de pensioenspaarpot opraakt op het moment dat u langer leeft dan vooraf ingeschat.

Ondanks de voordelen die deze pensioenconstructie gedurende de opbouwperiode biedt, is dit een redelijk risicovolle manier om pensioen te regelen.

Verzekeren
Bij deze vorm worden in de werkzame periode premies gestort in een levensverzekering met pensioenclausule. Met het gedurende de werkzame periode opgebouwde pensioenkapitaal wordt bij pensionering een lijfrente aangekocht. Deze lijfrente komt periodiek tot uitkering en biedt u een levenslang ouderdomspensioen.
Binnen de kapitaalverzekering kan ook het overlijdensrisico en het arbeidsongeschiktheidrisico worden afgedekt.

Keuze tussen eigen beheer, pensioenlichaam en verzekeren
Hierboven zijn kort de verschillende mogelijkheden weergegeven. Welke vorm is de beste? Dit is uiteraard afhankelijk van uw financiële situatie en wensen. In de meeste situaties geldt dat gekozen wordt voor het opbouwen van pensioen via een verzekeringsmaatschappij. Deze vorm biedt voor de meeste DGA's de meeste zekerheid tot een goed pensioen (incl. nabestaandenpensioen en arbeidsongeschikheidspensioen) tegen een redelijk kostenplaatje en een redelijke administratieve belasting. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij één van de overige vormen de meeste voordelen biedt.


Zelfstandig ondernemer en pensioen

Ook de zelfstandig ondernemer neemt een bijzondere plaats in bij het opbouwen van zijn pensioen. Hij dient dit zelf te regelen door middel van het afsluiten van (een) lijfrenteverzekering(en). Vanaf zijn 65e krijgt hij alleen een AOW-uitkering (plus eventueel pensioen wat is opgebouwd in de tijd dat wel werd deelgenomen als werknemer aan een pensioenregeling via de werkgever).

Om pensioen op te bouwen kan de zelfstandig ondernemer gebruik maken van de (fiscale) oudedagsreserve. Deze regeling maakt het voor de zelfstandig ondernemer mogelijk om jaarlijks maximaal 12% van de winst uit onderneming te reserveren (geïndexeerd maximum per jaar) waarover in dat jaar geen inkomstenbelasting betaald hoeft te worden.

De totale reservering mag echter niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. De reservering is zuiver boekhoudkundig. Bij vrijval (door bijvoorbeeld overlijden, verkoop onderneming) dient er (alsnog) inkomstenbelasting betaald te worden. Er is dus slechts sprake van belastinguitstel. 

De opgebouwde reserve of de jaarlijkse toename dotatie kan (geheel of gedeeltelijk) gebruikt worden om een lijfrenteverzekering aan te kopen. Er wordt dan pas belasting betaald over de te zijner tijd ontvangen lijfrentetermijnen. Hierdoor bewerkstelligt men een gespreide belastingbetaling.


Pensioensystemen

1. Middelloonregeling
De pensioenaanspraken zijn gebaseerd op de diensttijd en de pensioengrondslag waarbij alleen de toekomstige dienstjaren meegenomen worden. Bij het vaststellen van de pensioengrondslag (het bedrag waarover het pensioen wordt opgebouwd) wordt rekening gehouden met de AOW. Er wordt per jaar een percentage voor het ouderdomspensioen) van de pensioengrondslag aan pensioen opgebouwd.

2. Eindloonregeling
De pensioenaanspraken zijn eveneens gebaseerd op de diensttijd en de pensioengrondslag, echter hierbij niet alleen over de toekomstige dienstjaren pensioen opgebouwd maar ook over de eerdere dienstjaren.

3. Beschikbare premieregeling
De werkgever stelt een pensioenpremie beschikbaar waarmee door de werknemer een kapitaal opgebouwd wordt. Op de einddatum kan de werknemer met dit opgebouwde kapitaal een pensioen aankopen.
De beschikbare pensioenpremie dient te worden afgeleid van de leeftijdsafhankelijke staffel opgesteld door het Ministerie van Financien.



Pensioenwet

Per 1 januari 2007 is de Pensioenwet in werking getreden.

Er zijn drie typen pensioenregeling mogelijk:

 

  • de Uitkeringsovereenkomst
  • de Kapitaalovereenkomst
  • de Premieovereenkomst


Deze typeringen hangen samen met het soort toezegging dat de betreffende pensioenregeling doet. In de communicatie-uitingen, zoals de pensioenovereenkomst en de startbrief, moet duidelijk worden vermeld om welk type pensioenregeling het gaat.

Uitkeringsovereenkomst
Deze uitkeringsovereenkomst zegt een periodieke pensioenuitkering toe. De hoogte van de uitkering is gegarandeerd en wordt geïndexeerd zoals dat in de regeling is bepaald. Eind- en middelloonregelingen zijn voorbeelden van uitkeringsovereenkomsten.

Kapitaalovereenkomst
De kapitaalovereenkomst zegt een vast eindkapitaal toe. Hiermee wordt op de pensioendatum een pensioen aangekocht. Deze overeenkomst is vergelijkbaar met de streefregeling.

Premieovereenkomst
Bij een premieovereenkomst wordt alleen de pensioenpremie toegezegd. De premie zou vervolgens besteed kunnen worden voor directe inkoop van een uitkering (renteverzekering), een kapitaal (kapitaalverzekering) of een belegging (beleggingsverzekering). In de overeenkomst moet duidelijk worden gemaakt bij wie de risico’s komen te liggen: bij de werknemer of de pensioenuitvoerder.


Belastingclaimverzekering

De belastingclaimverzekering is een risicoverzekering ter compensatie van een belastingclaim. Als een zelfstandig ondernemer die gebruik maakt van de fiscale oudedagsreserve of een Directeur Grootaandeelhouder (DGA) die in eigen beheer een ouderdomspensioen opbouwt, komt te overlijden, valt de opgebouwde reserve vrij. Hierover dient belasting betaald te worden.

Wanneer hiervoor geen of onvoldoende liquide middelen aanwezig zijn, kan dit voor het bedrijf nadelige financiële gevolgen hebben. Dit financiële risico kan worden opgevangen door een belastingclaimverzekering.


Zelfstandig ondernemer en stakingswinst


Bij het geheel of gedeeltelijk staken van een onderneming kan er stakingswinst gerealiseerd worden. Over deze stakingswinst is inkomstenbelasting verschuldigd.
De stakende ondernemer kan gebruik maken van de stakingsaftrek bij de belastingaangifte in het jaar van staking. Hiervan kan één maal per leven gebruik gemaakt worden.

Daarnaast kan de stakende ondernemer gebruik maken van de mogelijkheid van het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Er wordt dan pas inkomstenbelasting betaald over de (te zijner tijd)  ontvangen lijfrentetermijnen. Hierdoor bewerkstelligt men een gespreide belastingbetaling.


Compagnonsverzekering

Het doel van een compagnonsverzekering is om over voldoende kapitaal te beschikken om de nabestaanden van de overleden compagnon, aan wie het aandeel in de onderneming is vervallen, uit te kunnen kopen.

De premie van de verzekering wordt door de andere compagnon(s) betaald uit eigen middelen. De verzekeringen worden kruislings op het leven van de compagnons gesloten. Dit om te voorkomen dat over de uitkering successiebelasting  betaald moet worden. Er is immers niets onttrokken aan het vermogen van de overledene.


Arbeidsongeschiktheid

Voor ondernemers kan arbeidsongeschiktheid een grote financiële klap betekenen. Door ziekte of een ongeval kan tijdelijk het inkomen drastisch omlaag gaan, terwijl de kosten betaald moeten worden. De meeste ondernemers zijn prima in staat om kortstondige arbeidsongeschiktheid zelf op te vangen, maar een langere periode waarin niet gewerkt kan worden, kan in veel gevallen het voortbestaan van de onderneming in gevaar brengen.

Ondernemers kunnen op verschillende manieren het arbeidsongeschiktheidsrisico verzekeren. De arbeidsongeschiktheidsverzekering, kortweg AOV genoemd, keert een vooraf afgesproken bedrag uit voor iedere dag dat de verzekerde arbeidsongeschikt is. Veel verzekeraars maken onderscheid tussen een verzekering in het eerste jaar van ziek zijn en de periode na het eerste jaar.

Met een arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangt u een uitkering die afhankelijk is van de mate waarin u arbeidsongeschikt bent en uw inkomen. Doorgaans wordt maximaal 80 procent van het (gemiddelde) inkomen verzekerd. De hoogte van de premie is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het verzekerd bedrag, de wachttijd, de indexatie van de uitkering, het arbeidsongeschiktheidscriterium, de leeftijd bij aanvang, de gekozen eindleeftijd (meestal 65 jaar) en het beroep. De premie is fiscaal aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

 

 

Woensdag
13 December 2017